Zes jaar geleden (een eeuwigheid voor jonge, hippe twintigers als jij en ik) ging ik met goede vriendin Lotte acht dagen naar Londen. Het was één van mijn leukste vakanties ooit en dat is PRECIES de reden waarom dit een blog is. Het wordt visueel ondersteund met foto’s, maar vraag me alsjeblieft niet wat ik destijds voor ogen had met die blonde pruik.
De Geschiedenis
Voordat ik dit epische vakantieverhaal in de digitale kosmos gooi, moet ik even kort uitleggen hoe Lot en ik elkaar kennen. We zaten samen op de middelbare school, maar Lot kende ik niet. Ze zat in een hogere klas, was daardoor een stuk cooler, en haalde eerder haar diploma dan ik. Het jaar daarna deed ze een blauwe maandagochtend Journalistiek, werkte ze bij de V&D (waar een meisje werkte die af en toe haar clitpiercing goed legde en daarna weer klanten hielp zonder haar handen te wassen vertelde Lot me later, IEL) en daarna kwam ze bij mij in de klas in 5VWO. Het was alsof vriendschaps-Cupido ons tegelijkertijd doorboorde met een pijl: we waren vriendinnen.
En dat bleven we ook. Lot verhuisde naar Utrecht en begon daar aan Museologie, ik volgde twee jaar later en begon met Communicatie. In het weekend hingen we vaak samen op de bank en beoefenden samen onze lievelingshobby’s: horrors kijken, kaarten, koken, keten en Britse tv kijken. Onze voorliefde voor Britten leidde waarschijnlijk ook tot deze acht dagen lachen in Groot-Brittannië.
De Reis en Aankomst
Omdat we studenten waren (Lot nét student-af), waren we ook zo goed als blut en daarom gingen we met de bus. Een voortreffelijke keuze: Lot heeft last van wagenziekte, kan niet slapen in bussen en ik heb eigenlijk nergens last van. En zo begon de reis, op Utrecht Centraal, wachtend op de Eurolines-bus.
Na een decennium in de bus te hebben gezeten, kwamen we goedgemutst aan in Londen. Ik in ieder geval, want ik had lekker geslapen. God, kijk dat haar nou hierboven. Wat dácht ik bij de kapper.
We sliepen, wederom wegens geldgebrek, in een hostel dormroom vlakbij Kings Cross. Dat bleek een uitstekende keuze, want het zat tegenover een KNO-kliniek en ik kreeg tijdens die droomholiday een fikse oorontsteking. Maar dat weet je natuurlijk ook niet van tevoren.
De Stad
Eenmaal bevrijd van onze koffers ontdekten we al wandelend Londen. Na Hyde Park dronken we kopjes thee en stuitten we op een boekenmarkt langs de Thames. Heerlijk. Het fijnst van een lange stedentrip is dat je niet de druk voelt om in drie dagen fucking ALLES te zien om daarna uitgeput thuis te komen. Je kunt gewoon wandelen, en als je wat leuks ziet onderweg, dan stop je daar gewoon. I love dat.
We bezochten de leuke wijkjes van Londen. Camden, met veel alto’s, eetkraampjes, Chinese en tweedehands winkeltjes. Het chiquere Notting Hill. En Greenwich, waar we met de boot heen gingen, en we ons helemaal scheel kochten aan random spullen. Ik kocht bijvoorbeeld een stalen boom waar je waxinelichtjes in kan hangen, een enorm onhandig groot en lomp gevaarte dat amper in een XXL-tas paste (en die ik op de terugweg in de bus continu in de gaten moest houden, omdat hij anders uit het bagagerek op ons zou vallen en ons zou spiesen; het was echt een heel eng ding). En we dronken natuurlijk ook gewoon een beetje alcohol, anders zou het wel een HELE saaie vakantie worden.
Een van de dagen bezochten we Kew Gardens, schitterende botanische tuinen in Londen, waar je als driedaagse stedentriptoerist (bah!) niet zo snel heen zou gaan. Maar wij dus wel! Veel bomen <3, veel kassen, veel bloemen, veel bewolking en veel selfies.
We deden ook een dagje musea. Lot had natuurlijk niet voor niets MUSEOLOGIE gestudeerd en ik houd ook wel van naar dingen kijken. We begonnen met het Victoria and Albert Museum, “The world’s leading museum of art and design”. Door ons al snel bestempeld tot “The world’s leading museum of how to get a dry vagina”. De tentoonstelling leek wel een verzameling oude hekwerken. We stelden elkaar vragen als “Wat IS dit?” gevolgd door antwoorden als “Weet IK veel” of “Ja, IK heb geen museologie gestudeerd.” Dus we pakten onze biezen en gingen naar the Natural History Museum. Een enorme rij later bekeken we vol aandacht een zootje bijzondere stenen en toen hadden we het daar ook wel gezien. The greetings!
De Obsessies
Mijn obsessie met bomen beleefde haar hoogtijdagen tijdens deze trip. Ik ben gek van bomen (niet te verwarren met gestoorde mensen die bomen knuffelen) en ook in Londen bleken veel bomen te staan. Helemaal leuk.
Wat we veel deden deze vakantie was duizenden. Dat is een enorm competitief kaartspel, dat je nog met gemak kunt spelen als je twintig wijn hebt gedronken. Als Lot en ik elkaar even heel lang en leeg in de ogen keken, lag er al snel een kaartspel op tafel en probeerden we elkaar te vermorzelen. We speelden het in bars, restaurants, op de boot naar Greenwich, op de boot van en naar Londen, in de bus, echt óvérál. Maar we gingen bijvoorbeeld ook Mariokarten, want zo zijn we dan ook wel weer.
Een van onze absolute gedeelde passies is toch wel eten. Lot lust alles, en ik eigenlijk ook (met als favoriet alles wat gefrituurd is, dat is dan ook een heikel punt in mijn huidige fitgirl-bestaan). Op een avond, toen we niet vreselijk veel zin hadden om lang naar een restaurant te zoeken, belandden we in een Indiaas zaakje om de hoek van ons hostel. Ons gezellige “we zijn uiteten”-ritueel met een potje kaarten op tafel werd al snel verstoord door het ruziemakende personeel. Nu is mijn Indiaas niet erg goed, maar er werd veel en hard geschreeuwd en niemand keek blij. On top of it all bleken de gerechten van mij en Lot, die op de kaart wezenlijk anders waren omschreven, identiek te smaken. Misschien had de kok ook wel een burn-out van al het ruziemaken.
De gekke momenten
Tijdens een vakantie in Londen mag een avondje uit natuurlijk niet ontbreken. Lekker met de metro, helemaal opgedoft gingen we richting Soho. Ook waren we destijds allebei single (ik nog steeds hoor knappe jongens van Nederland!!) en we werden vrij snel opgemerkt door twee jongens bij een pub. Het is dus écht niet zo dat we makkelijk waren, maar misschien ook wel. Dus een tijdje later zat Lot op schoot bij Ed en ik bij Alex. Alex zei dat ik eruit zag als Scarlett Johansson (hoé echt, denk ik met terugwerkende kracht), dus ik zat kirrend op die schoot en het was enig. Lot was instantly verliefd op Ed, en we gingen dan ook met hem en Alex mee naar hun huis. Eenmaal daar veranderde Alex in een creep, want ik wilde niets met hem doen, en Lot begreep mijn signalen niet (“IK WIL NAAR HUIS WANT DEZE GAST IS EEN CREEP”). Want ja, die was verliefd. Op Ed. Pas de volgende dag begreep ze de ernst van de situatie en vluchtten we snel dat huis uit.
Op de een-na-laatste nacht kreeg ik dus ook nog een oorontsteking. Ik had de laatste dagen al wat last van m’n oor, en ik dacht dat het kwam door Lot d’r onverstoorbare gekwetter, maar op een gegeven moment werd ik er ’s nachts wakker van. Ik was 0% in paniek, want ik wist dus van die KNO-kliniek tegenover ons hostel. Dus zonder al teveel moeite te doen, wandelde ik in pyjama naar de overkant. Het werd een koude douche, want ik werd direct doorverwezen naar het ziekenhuis iets verderop: “Just a few blocks”. Dat is toch vrij fris in je pyjama om half 5 ’s nachts. Eenmaal in de wachtkamer van het ziekenhuis bevond ik me tussen dronken uitgaanspubliek dat zichzelf iets doms had aangedaan. Een strip antibiotica later, klopte ik weer aan op de hostelkamer. Een slaperige Lot deed open, die mijn verhaal aanhoorde en zich zorgen maakte over mijn solo-verhaal door de stad in pyjama, terwijl ik toen dus alweer terug was.
Misschien zijn er nog 100 anekdotes, maar ik weet het echt niet meer. Ok, nog eentje dan. Toen we terugreden met de bus en het Jaarbeursplein weer opdraaiden, ging Lot in dat laatste bochtje nog even heel stevig over haar nek in een papieren zak. Maar god wat hebben we genoten!!!
SCHRIJF ALS EERSTE EEN REACTIE