Slakken

Met twee ouders werkzaam op een basisschool waren we vroeger eigenlijk altijd op vakantie als we niet op school zaten. De zomervakanties waren het leukst: vijf weken toeren door Europa met de tent in de aanhangwagen. Elk jaar naar nieuwe campings, maar er waren er een paar waar we voor terugkwamen. Of dat door het lokale goedkope bier kwam of door de prachtige natuur, dat laat ik graag in het midden. Eén camping bleef me in het bijzonder bij, een camping in Duitsland, tegen de Tsjechische grens aan. Begrensd door een rivier met mooie bomen, was het een hele aangename plek om te vertoeven. Tot er iets vreselijks gebeurde.

Het had er op een dag enorm geregend, waardoor de rivier was overstroomd. Tot een paar meter erbuiten stond het hoge gras in een laagje water. Omdat je je dodelijk verveelt als je als 9-jarige een paar uur naar de tikkende regen op het tentzeil hebt zitten luisteren, is er niets leuker om daarna met veel stampij naar buiten te gaan en de schade te bekijken. De schade bestond in dit geval uit veel nieuwsgierige (naakt)slakken die genoten van alle nattigheid. Mijn zusje, onze twee blonde Nederlandse penvriendinnetjes en ik waren nieuwsgierig en besloten iets te gaan doen met deze enorme hoeveelheid slakken. In een laaghangende boom, hadden we een leeg vogelnestje gezien en iemand stelde voor om alle slakken daarin te leggen. Iedereen stemde in met dit plan en zo ontstond er na een tijdje een krioelende massa glibberigheid. Omdat ik weinig lef had, maar wel een grote mond, zag niemand dat ik met veel pijn en moeite 1 minuscuul naaktslakje had opgetild. Ik voelde zijn glibberige nopjes tussen mijn vingertoppen, hij prikte en gleed bijna weg. Toen ik hem (of haar) met veel walging op de stapel had gegooid, dacht ik: dit nooit meer.

Ik wou dat het bij deze rationele constatering was gebleven, want ik heb sindsdien nooit meer een goed functionerende relatie op kunnen bouwen met “de slak”. Toen we in de 2e klas van de middelbare school voor een geschiedenisproject eten moesten meenemen wat ook in de oud-Griekse tijd werd gegeten, kwam er iemand aanzetten met een blik slakken. En als je altijd schreeuwt dat je alles durft (ik), maar dan ineens zwijgend toekijkt hoe iedereen wel iets durft en jij niet, dan heet dat: verliezen. Ik begreep van m’n driftig kauwende vrienden wel dat je ook de nopjes van de slak voelt tijdens het eten, dus als ik wel een slak had geprobeerd dan was ik onherroepelijk in een psychose beland.

In de jaren erna hielp ik mijn vader af en toe in zijn volkstuintje en ook dan moest ik me af en toe omdraaien om niet in de moordlustige ogen van een slak te kijken (want zo zijn ze hè). Mijn gevoelens jegens de slak gingen niet weg, ze werden almaar heftiger. Hun vieze kleur, onheilspellende manier van voortbewegen, slijmerigheid, enge intrekkende steeltjes. Ugh. Twee jaar geleden liep ik op een camping in Oostenrijk onschuldig naar de wc en daar werd ik op de trap begroet door twee naaktslakken van (ik zweer het) 20 centimeter lang, met een patroon op hun rug. EEN PATROON!! Ik gilde zó hard dat ik schrok van mezelf en niet naar het toilet durfde voor de slakken weg waren. En ja, dat moest iemand checken. Een paar weken later stond ik met mijn ex (toen nog niet natuurlijk) op een camping in de Ardêche waar het na acht uur ’s avonds standaard happy hour was voor alle slakken in heel Frankrijk. Als we na zonsondergang nog buiten wilden zitten, moest m’n ex alle slakken in een omtrek van 5 meter over de schutting kieperen anders konden we een gezellige avond met wijn en kaarslicht wel vergeten.

En dan deze zomer. Met alle regen ren ik al slalommend tussen de slakken door met m’n ogen tot spleetjes geknepen, durf ik niet zonder zaklamp naar buiten als het donker is en lukt het me niet om een blaadje van een plant omhoog te tillen in de tuin. De tuin die ik zo graag wilde toen ik een huis kocht. Ik zit gevangen in m’n eigen huis deze zomer. Het is vreselijk.

Al die mensen die maar bang zijn voor ‘vogelspinnen’ of ‘brilslangen’ of ‘haaien’. Fuck you met je irreële angst. Daar sta je nooit oog in oog mee als je de tuindeuren opengooit, die zie je alleen in ‘The world’s most dangerous animals on earth only to be found in the Amazone or in the deep sea’ op Discovery Channel. Echt: ga je schamen.

Afijn, ik heb nu ook maar gewoon een grote mond omdat ik veilig binnen op de bank zit. Ik ga nu een plaatje Googlen van een slak voor m’n artikel, dus ik weet nog niet precies hoe ik dat ga doen, maar dat komt vast goed. Ik benijd in ieder geval iedereen die een slak begroet als z’n beste vriend en vraag voor de jaren die nog volgen vast hulp voor in de tuin.

Recente berichten

Recente reacties

Archieven

Categorieën

Meta

SCHRIJF ALS EERSTE EEN REACTIE

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *